ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0534
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C.D. Boon-Niks
- A.M. Koene
- I.C.J.I.M. van Dorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging relatiebeding en uitleg intentieovereenkomst bij vertrek werknemer
In deze civiele zaak staat de uitleg van een relatiebeding en een intentieovereenkomst centraal tussen een werknemer ([appellant]) en zijn werkgever ([geïntimeerde]). Partijen waren overeengekomen dat werknemer bij vertrek de zelf aangebrachte klanten kosteloos mocht meenemen, maar de klanten op twee lijsten (A en B) vielen daar niet onder. Het geschil ontstond over de uitleg van het begrip 'aangebrachte klant' en de vraag of deze lijsten daaronder vielen.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de lijsten A en B onder het relatiebeding vielen en veroordeelde [appellant] tot diverse verplichtingen, waaronder het doen van een opgave van relaties en het vernietigen van informatie. [Appellant] stelde in hoger beroep dat de intentieovereenkomst anders moest worden uitgelegd en dat hij niet aan de opgaveverplichting kon voldoen.
Het hof oordeelde dat de uitleg van artikel 3 van Pro de intentieovereenkomst moet worden gebaseerd op de redelijke verwachtingen van partijen (Haviltex-criterium). Uit de feiten bleek dat de klanten op lijsten A en B door [geïntimeerde] van Deloitte waren overgenomen en niet door [appellant] zelf waren aangebracht. De stelling van [appellant] dat hij alle Deloitte-klanten kosteloos mocht meenemen, werd verworpen vanwege gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheden.
Het hof bevestigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het hoger beroep zich daartegen richtte, verwierp de grieven van [appellant] en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep. Het oordeel over het ontslag op staande voet werd in een apart geding behandeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van werknemer af.