ECLI:NL:GHLEE:2012:BX8062
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling nabetaling en rente bij voortgezet gebruik onroerende zaken in agrarisch gebied
Appellanten, exploitanten van een agrarisch bedrijf, vorderden betaling van een nabetaling en wettelijke rente van de gemeente op grond van meerdere overeenkomsten over de verkoop en voortgezet gebruik van onroerende zaken in een woonontwikkelingsgebied. De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente verplicht was de nabetaling per 1 maart 2009 te voldoen, zoals appellanten stelden, of dat deze verplichting pas ontstond bij ondertekening van een derde overeenkomst op 7 september 2009.
De rechtbank had de vorderingen afgewezen omdat niet was gebleken dat partijen waren overeengekomen dat de gemeente per 1 maart 2009 tot betaling was gehouden. In hoger beroep stelde appellanten dat de gemeente door het uitblijven van betaling vanaf die datum in verzuim was geraakt en daarom wettelijke rente en boeterente verschuldigd was.
Het hof stelde vast dat de tweede overeenkomst een betalingsverplichting koppelde aan de noodzaak van betaling bij aankoop van een nieuw bedrijf of oplevering van boerderijgebouwen, maar dat appellanten geen vervangend bedrijf hadden gekocht en de boerderijgebouwen niet hadden opgeleverd aan de gemeente. De derde overeenkomst formaliseerde het voortgezet gebruik en stelde dat de betalingsverplichting pas ontstond bij ondertekening van deze overeenkomst. De gemeente had het bedrag al op een derdengeldenrekening gestort, conform de tweede overeenkomst.
Het hof concludeerde dat de betalingsverplichting pas op 7 september 2009 ontstond en dat de gemeente niet in verzuim was gekomen. De grief van appellanten faalde en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, met veroordeling van appellanten in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de gemeente ontstond pas bij ondertekening van de derde overeenkomst, waardoor geen verzuim of rentevergoeding verschuldigd is.