ECLI:NL:GHLEE:2012:BX8127
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- P.J.M. van den Bergh
- E. de Witt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep milieudelict percolaatvocht lozing in oppervlaktewater
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het lozen van percolaatvocht afkomstig van mestopslag in een sloot zonder vergunning. In hoger beroep stelde verdachte dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van zijn recht op tegenonderzoek door onjuiste informatie over contra-monsters en vertraagde kennisgeving van analysecijfers.
Het hof oordeelde dat dit verzuim niet leidde tot niet-ontvankelijkheid, omdat geen grove schuld of opzet bij verbalisanten was vastgesteld. De analyseresultaten waren onvoldoende om te bewijzen dat het percolaatvocht een schadelijke of verontreinigde stof was, maar het hof kwalificeerde het wel als afvalstof. Verdachte had opzettelijk afvalstoffen via een defecte ommuring in oppervlaktewater geloosd.
De verdediging voerde overmacht aan wegens hevige regenval, maar het hof verwierp dit. Gelet op de omstandigheden, de eerdere strafrechtelijke onbelastheid van verdachte en de aard van het delict, legde het hof een geldboete van €1.000,- op, waarvan €750,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €1.000,-, waarvan €750,- voorwaardelijk, wegens het opzettelijk lozen van percolaatvocht als afvalstof in oppervlaktewater.