ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7402
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Beversluis
- I.A. Vermeulen
- G. Jonkman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nauwe persoonlijke betrekking en omgangsregeling halfbroers en halfzus met minderjarige
In deze zaak hebben appellanten, bestaande uit een echtgenote en drie halfbroers/-zus van een minderjarig kind, verzocht om een omgangsregeling met het kind vast te stellen. De rechtbank had hen niet-ontvankelijk verklaard, waarop hoger beroep werd ingesteld.
Het hof heeft allereerst onderzocht of er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen appellanten en het kind, zoals vereist op grond van artikel 1:377a BW. Voor de halfbroers en halfzus, die biologisch verwant zijn aan het kind, is het hof van oordeel dat deze nauwe persoonlijke betrekking aanwezig is, mede gelet op het regelmatige contact en de gezinsband die bestond met de overleden vader. Voor de echtgenote van de vader, die niet biologisch verwant is, geldt dat de concrete omstandigheden onvoldoende zijn om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen.
Het hof wijst het verzoek van de echtgenote af en houdt de beslissing over het verzoek van de halfbroers en halfzus aan. Het hof draagt de Raad voor de Kinderbescherming op een onderzoek te verrichten naar de wenselijkheid en inhoud van een omgangsregeling, waarbij ook de rol van de echtgenote wordt betrokken. Partijen krijgen daarna gelegenheid zich uit te laten over de voortgang van de procedure.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep wordt deels ingewilligd en deels aangehouden in afwachting van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Uitkomst: Verzoek van echtgenote afgewezen, beslissing over halfbroers en halfzus aangehouden voor nader onderzoek.