ECLI:NL:GHLEE:2012:BY9636

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.111.318
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak over zekerheidstelling

In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van een rechtspersoon niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor een administratieve sanctie.

De betrokkene had niet binnen de wettelijke termijn zekerheid gesteld en ook niet binnen een nadere termijn dit verzuim hersteld. De betrokkene voerde een draagkrachtverweer aan, stellende dat het financieel niet haalbaar was om zekerheid te stellen voor het volledige bedrag.

Het gerechtshof stelde vast dat de kantonrechter niet had gehandeld volgens het uitgangspunt dat bij een draagkrachtverweer de betrokkene in de gelegenheid moet worden gesteld om op een openbare zitting te worden gehoord over haar financiële draagkracht. Hierdoor kon de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en wees de zaak terug ter behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest. Er werd geen vergoeding van kosten toegekend aan de betrokkene.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter.

Uitspraak

WAHV 200.111.318
24 oktober 2012
CJIB 155240180
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Roermond
van 9 juli 2012
betreffende
[bedrijf 1] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 1],
voor wie als gemachtigde optreedt [bedrijf 2], gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 2].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.
Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
2. Aan de betrokkene zijn twee brieven van de officier van justitie toegezonden omtrent de verplichting om zekerheid te stellen, te weten op 19 maart 2012 en op 5 april 2012.
De gemachtigde van de betrokkene heeft in reactie op de eerste zekerheidsbrief onder meer aangevoerd dat het financieel niet haalbaar is om zekerheid te stellen voor alle sancties die niet worden betaald.
3. Uitgangspunt is dat, indien een betrokkene in de procedure bij de kantonrechter met redenen omkleed aanvoert dat zij niet (terstond) in staat is zekerheid te stellen tot het totale van haar verlangde bedrag, de kantonrechter, tenzij hij het daaromtrent aangevoerde reeds aanstonds aannemelijk acht, de betrokkene in de gelegenheid zal moeten stellen op een openbare zitting te worden gehoord omtrent haar financiële draagkracht. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht gegrond, dan zal hij het bepaalde in artikel 11, derde lid, WAHV in zoverre buiten toepassing moeten laten als in overeenstemming is met de draagkracht van de betrokkene. Zonodig zal aan de betrokkene een nadere termijn moeten worden gegund waarbinnen zij alsnog de door de kantonrechter vastgestelde zekerheid kan stellen. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht ongegrond, dan dient de kantonrechter de betrokkene een nadere termijn te gunnen om alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen.
4. Er is niet gehandeld overeenkomstig het bepaalde in overweging 3. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en dient de zaak te worden teruggewezen naar de rechtbank.
5. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene in hoger beroep kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.