ECLI:NL:GHLEE:2012:BZ1140

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.111.880
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:46 AwbArt. 1 lid 2 SrArt. 15 IVBPRArt. 21 RVV 1990
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor snelheidsovertreding vóór snelheidsverhoging naar 130 km/h

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 14 km/h op 12 maart 2011 op de Rijksweg A58 te Goes. De gemeten gecorrigeerde snelheid bedroeg 134 km/h waar 120 km/h was toegestaan.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km/h per 7 juli 2011 en het experimenteerverkeersbesluit van 14 februari 2011 aanleiding geven om de sanctie te matigen, omdat de meest gunstige regelgeving moet worden toegepast volgens de Awb, het Wetboek van Strafrecht en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten.

Het hof oordeelt dat de sanctie moet worden gebaseerd op de op het moment van de overtreding geldende snelheidslimiet van 120 km/h. De latere verhoging per 7 juli 2011 en de algemene verhoging per 1 september 2012 leiden niet tot een ander oordeel. Het is niet aan de individuele weggebruiker om vooruit te lopen op toekomstige wijzigingen in de regelgeving.

Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Uitkomst: De boete voor de snelheidsovertreding van 14 km/h op 12 maart 2011 wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 200.111.880
5 december 2012
CJIB 150439773
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Middelburg
van 24 april 2012
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Middelburg genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 72,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 14 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2011 om 14.55 uur op de Rijksweg A58 te Goes met het voertuig met het kenteken [00-ab-ab].
2. De gemachtigde van de betrokkene bestrijdt de gedraging op zichzelf niet, maar voert aan dat de maximumsnelheid op de pleeglocatie enige maanden na onderhavige gedraging (en wel per 7 juli 2011) is verhoogd naar 130 km/h. De gemachtigde verwijst naar het 'experimenteerverkeersbesluit', d.d. 14 februari 2011 (Stc. 2011, nr. 2549), waarvan hij een afschrift heeft overgelegd. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat het niet aan de individuele weggebruiker is om op een dergelijke wijziging vooruit te lopen. Gelet op artikel 5:46, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 15 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) dient in dit geval de voor de betrokkene meest gunstige regelgeving te worden toegepast, wat meebrengt dat de betrokkene de maximumsnelheid slechts met 4 km/h heeft overschreden, zo stelt de gemachtigde.
3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte radarsnelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 139 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 134 km per uur.
Toegestane snelheid: 120 km per uur.
Overschrijding met: 14 km per uur.”
4. In het dossier bevindt zich een foto van de gedraging. Te zien is dat een BMW met kenteken [00-ab-ab] ter plaatse rijdt met een (gemeten) snelheid van 139 km/h.
5. Verder bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant in het dossier. Daarin verklaart de verbalisant, voor zover van belang:
“De verhoging van de maximumsnelheid van 120 km/h naar 130 km/h op bovengenoemd baanvak is ingevoerd op de datum 7 juli 2011.”
Bij het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant een afschrift van een persbericht van Rijkswaterstaat d.d. 4 juli 2011 gevoegd, waaruit blijkt dat op de pleeglocatie per 7 juli 2011 sprake is van een proeftraject met een dynamische snelheidsverhoging naar 130 km/h.
6. Gelet op het voorgaande, en in aanmerking genomen dat het resultaat van de snelheidsmeting niet wordt betwist namens de betrokkene, staat vast dat op het genoemde tijdstip ter plaatse is gereden met het voertuig van de betrokkene met een gecorrigeerde snelheid van 143 km/h. Tevens staat vast dat op dat moment nog een maximumsnelheid van 120 km/h van kracht was. Derhalve staat vast dat de gedraging is verricht.
7. Het hof dient te beoordelen of hetgeen de gemachtigde aanvoert aanleiding geeft de sanctie te matigen of achterwege te laten.
8. Bij het door de gemachtigde bedoelde experimenteerverkeersbesluit is door de Minister van Infrastructuur en Milieu de mogelijkheid gecreëerd om op verschillende (snelweg)trajecten, waaronder het traject waartoe de pleeglocatie behoort, een dynamische maximumsnelheid van 130 km/h in te stellen, met het doel - blijkens dat besluit - te onderzoeken welke effecten de verhoging van de maximumsnelheid heeft op de doorstroming, de omgeving en de verkeersveiligheid. Dit onderzoek werd verricht in het kader van het kabinetsplan om de algemene maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen tot 130 km/h. Bij besluit van 2 juli 2012 (Stb. 2012, 347) is die verhoging gerealiseerd: artikel 21, aanhef en onder a, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is daartoe gewijzigd, welke wijziging per 1 september 2012 in werking is getreden.
9. Uit de Nota van Toelichting bij laatstgenoemd besluit kan niet worden afgeleid dat aan deze wijziging van regelgeving een veranderd inzicht omtrent de strafwaardigheid van snelheidsovertredingen op autosnelwegen - al dan niet begaan vóór de inwerkingtreding van de verhoogde maximumsnelheid - ten grondslag heeft gelegen. Snelheidsoverschrijdingen die voor de inwerkingtreding van die wijziging zijn begaan, dienen daarom te worden gesanctioneerd op basis van de op dat moment geldende snelheidslimiet. Niet alleen daarom deelt het hof het standpunt van de kantonrechter, dat het niet aan de individuele weggebruiker is om op deze wijze vooruit te lopen op een op handen zijnde wijziging van regelgeving; dit geldt temeer nu door andere weggebruikers van hem mag worden verwacht dat hij de op dat moment geldende snelheidslimiet respecteert.
10. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.