Uitspraak
HET GEDING
BEOORDELING VAN DE ZAAK IN HET HOGER BEROEP
BESLISSING
- wijst de vorderingen van thans-geïntimeerden af;
- veroordeelt thans-geïntimeerden in de kosten van het geding in
Gerechtshof 's-Gravenhage
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant aansprakelijk was voor de gevolgen van een handgemeen op 31 oktober 1984 in een restaurant, waarbij geïntimeerde sub 2 letsel had opgelopen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellant mishandeling had gepleegd en aansprakelijk was, maar appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof onderzocht de feiten, getuigenverklaringen en deskundigenrapporten. Hoewel appellant erkende één klap te hebben gegeven, oordeelde het hof dat deze reactie niet buiten proportie was gezien het gedrag van geïntimeerde sub 2 en diens vriend, die volgens appellant probeerden het restaurant te verlaten zonder te betalen. Het hof stelde vast dat het gedrag van appellant was uitgelokt en daardoor niet onrechtmatig was.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de vorderingen van geïntimeerden af. Tevens werden de kosten van het geding aan geïntimeerden opgelegd. Het incidenteel beroep werd buiten behandeling gelaten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vorderingen van geïntimeerden af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige mishandeling.