ECLI:NL:GHSGR:1993:AA4036

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 oktober 1993
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
913639-E-2
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.L. Krans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen navorderingsaanslag premieheffing volksverzekeringen

Belanghebbende is voor het jaar 1986 een navorderingsaanslag opgelegd in de premieheffing volksverzekeringen met een premie-inkomen van 94.648 gulden. Over de nagevorderde premies van 2.878 gulden is een verhoging van 100% toegepast, waarvan de helft is kwijtgescholden door de Inspecteur. Belanghebbende is tegen deze aanslag in beroep gekomen bij het gerechtshof.

De mondelinge behandeling vond plaats op 7 december 1992, waar belanghebbende niet is verschenen. Uit nader onderzoek bleek dat de oproeping abusievelijk niet aangetekend was verzonden. Het beroep richt zich op feiten en omstandigheden die ook van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting, waarvan de beslissing ten tijde van het beroep nog niet onherroepelijk was.

Het hof overweegt dat in dergelijke gevallen de beroepstermijn pas begint te lopen vanaf het moment dat de beslissing over de inkomstenbelasting onherroepelijk is geworden. Omdat het beroep voortijdig is ingediend, verklaart het hof belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep wegens voortijdige indiening.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE,
tweede enkelvoudige belastingkamer.
22 oktober 1993
nummer: 913639-E-2
UITSPRAAK
op het beroep van X te Z (Aruba) tegen na te noemen door de Inspecteur, het hoofd van de eenheid Belasting-dienst/Ondernemingen, aan belanghebbende opgelegde navorde-ringsaanslag.
Navorderingsaanslag en kwijtscheldingsbesluit
Aan belanghebbende is voor het jaar 1986 een navorderingsaan-slag in de premieheffing volksverzekeringen opgelegd naar een premie-inkomen van ¦ 94.648,--.
De nagevorderde premies belopen ¦ 2.878,--, over welk bedrag een verhoging van 100 percent is toegepast.
De Inspecteur heeft bij zijn bij het vaststellen van de navor-deringsaanslag genomen besluit deze verhoging tot ¦ 1.083,-- kwijtgescholden.
Loop van het geding
Belanghebbende is van bovenvermelde navorderingsaanslag in beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmede is van belang-hebbende door de griffier een griffierecht geheven van
¦ 75,--. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Gerechtshof van 7 december 1992, gehouden te 's-Gravenhage. Aldaar is verschenen de Inspecteur, tot zijn bijstand vergezeld van A.
Belanghebbende - die door de griffier bij brief, op 13 novem-ber 1992 ter post bezorgd, van plaats, dag en uur van de mondelinge behandeling der zaak in kennis is gesteld - is niet ter zitting verschenen. Bij brief van 21 januari 1993 heeft belanghebbende aan de griffier meegedeeld dat hij de oproeping niet heeft ontvangen. Uit een naar aanleiding daarvan door de griffier ingesteld onderzoek is gebleken dat de oproeping abusievelijk niet aangetekend is verzonden.
Het Hof heeft bij mondelinge uitspraak van 21 december 1992 belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Belanghebbende heeft verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. In verband met dat verzoek is een griffierecht betaald van ¦ 150,--.
Overwegingen omtrent het beroep
1. Uit de stukken blijkt dat het beroep uitsluitend betrekking heeft op aangelegenheden waarbij feiten en omstandigheden in het geding zijn welke tevens van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting ten laste van belanghebbende, en dat de beslissing daaromtrent voor de heffing van die belasting ten tijde van de indiening van het beroep nog niet onherroepe-lijk was komen vast te staan.
2. Met betrekking tot aangelegenheden waarbij feiten en om-standigheden in het geding zijn, welke tevens van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting ten laste van be-langhebbende, neemt de termijn voor het instellen van beroep niet eerder een aanvang dan op de datum, waarop de beslissing daaromtrent voor de heffing van die belasting onherroepelijk is komen vast te staan.
3. Uit het vorenstaande volgt dat het onderhavige beroep voortijdig is ingediend. Belanghebbende kan in dit beroep mitsdien niet worden ontvangen.
Beslissing
Het Gerechtshof VERKLAART belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Aldus vastgesteld in raadkamer op 22 oktober 1993 door mr. H.L. Krans, lid van voormelde belastingkamer, in tegenwoordig-heid van de waarnemend griffier mevrouw mr. A.M. van Duijven-dijk.
Van Duijvendijk Krans
aangetekend aan partijen verzonden: 19 november 1993
[Zie ook arrest HR nummer 30019 (red.)]