ECLI:NL:GHSGR:1994:AA4533
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Groot
- E.M. Aukes-de Vries
- J.M. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid reiskosten zeevarende volgens Wet inkomstenbelasting 1964
Belanghebbende, werkzaam als werktuigkundige aan boord van zeeschepen, maakte in 1990 reiskosten van ƒ 1.980 die hij als aftrekbare beroepskosten opvoerde. De Inspecteur stelde dat deze kosten slechts aftrekbaar zijn voor zover zij het bedrag van ƒ 3.364 (bestaande uit de zeedagenaftrek en het arbeidskostenforfait) overschrijden.
Het geschil betrof de vraag of de reiskosten volledig aftrekbaar zijn of slechts voor het meerdere boven genoemde som. Het Hof oordeelde dat de reiskosten niet als woon-werkverkeer kunnen worden aangemerkt, omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende wekelijks heen en weer reisde.
Op grond van artikel 37, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën is de aftrek beperkt tot het meerdere boven de som van de 4%-regeling en de zeedagenaftrek. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de aanslag wordt bevestigd.