ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4591
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Groot
- E.M. Aukes-de Vries
- J.M. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op investeringsbijdrage bij ontbindbare aannemingsovereenkomst
Belanghebbende had een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een bedrijfsgebouw met een aannemingssom van ruim 2,5 miljoen gulden, gedateerd 26 februari 1988. De vraag was of deze datum als het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen kon worden aangemerkt, zodat recht op investeringsbijdragen bestond volgens de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Inspecteur betwistte dat sprake was van een definitieve verplichting op die datum, mede vanwege een aanvullende overeenkomst die een ruime ontbindingsmogelijkheid voor de opdrachtgever bevatte. Belanghebbende stelde dat de investeringsverplichting definitief was aangegaan vóór de datum waarop het investeringsbijdragetarief werd verlaagd naar nihil.
Het Hof stelde vast dat de aanvullende overeenkomst een ontbindende voorwaarde bevatte die belanghebbende in staat stelde zonder kosten van de opdracht af te zien. Hierdoor was geen sprake van een bindende verplichting op 26 februari 1988. Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet had aangetoond dat de investeringsverplichting definitief was aangegaan vóór de tariefverlaging, waardoor het beroep op investeringsbijdragen niet slaagde.
Het Hof handhaafde de navorderingsaanslag voor de enkelvoudige belasting, vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, maar besloot de verhoging van de aanslag voor 100% kwijt te schelden en vergoedde het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen; de navorderingsaanslag wordt gehandhaafd en de investeringsbijdrage wordt niet toegekend.