ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4101
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Krans
- J.W.M. Tijnagel
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting na verkrijging vruchtgebruik lijfrente
Belanghebbende was in beroep gekomen tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1992, waarbij de Inspecteur de aftrek van betaalde koopsom voor het vruchtgebruik van een lijfrente niet had toegestaan. De vader van belanghebbende had een lijfrenteverzekering gesloten en het vruchtgebruik daarvan verkocht aan belanghebbende en een derde. Belanghebbende ontving lijfrentetermijnen en bracht deze in de aangifte op gelijke wijze in aftrek.
De Inspecteur corrigeerde het belastbare inkomen door deze aftrek te weigeren. Het Hof oordeelde dat de ontvangen lijfrentetermijnen periodieke uitkeringen zijn als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en dat de transactie moet worden beschouwd als een vervreemding van een stamrecht. Omdat de verkrijger binnenlands belastingplichtige is en het stamrecht niet tot een onderneming behoort, is de vervreemding fiscaal behandeld als een vermogensmutatie waarbij de betaalde koopsom niet aftrekbaar is.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de aanslag. Tevens oordeelde het Hof dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats is. De uitspraak werd in raadkamer gewezen door de drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 september 1996.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1992 wordt bevestigd.