ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4247
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. de Groot
- J.M. van der Beek
- R.L. van de Water
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt belastingaanslag wegens strijdigheid dividendvrijstelling met EG-verdrag
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en werknemer bij een Nederlandse vennootschap, ontving in 1991 dividend van aandelen in een Belgische beursgenoteerde vennootschap. Over dit dividend werd Belgische bronbelasting ingehouden. Belanghebbende nam dit dividend op in zijn Nederlandse belastbare inkomen en verzocht om toepassing van de dividendvrijstelling volgens artikel 47b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat de vrijstelling alleen geldt voor dividenden waarop Nederlandse dividendbelasting is ingehouden.
Het geschil betrof de vraag of deze beperking van de dividendvrijstelling in strijd is met het EG-verdrag, met name de artikelen 52, 58 en 67, en de EG-richtlijn 88/361/EEG. Het Gerechtshof oordeelde dat er sprake is van indirecte discriminatie op grond van ingezetenschap, omdat Nederlandse moedervennootschappen wel aanspraak kunnen maken op de vrijstelling, terwijl buitenlandse moedervennootschappen dat niet kunnen, ondanks gelijke fiscale behandeling van dividenden.
Het Hof stelde vast dat deze discriminatie niet gerechtvaardigd is door het belang van het Nederlandse fiscale stelsel en dat artikel 73D van het EG-verdrag, dat pas in 1994 in werking trad, niet relevant is voor de beoordeling van de aanslag over 1991. Ook de richtlijn inzake kapitaalverkeer is van toepassing en heeft directe werking. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de aanslag en vermindert het belastbaar inkomen wegens strijdigheid van de dividendvrijstelling met het EG-verdrag en de EG-richtlijn.