ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4253
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Ilsink
- J.T. Sanders
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overdracht basisaftrek lijfrentepremie bij gebruik derde tranche
Belanghebbende en zijn echtgenote, beiden leraren, hebben ieder een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten. Belanghebbende bracht in zijn aangifte een bedrag aan lijfrentepremie in mindering op zijn inkomen, bestaande uit de basisaftrek en het niet door zijn echtgenote gebruikte deel van de basisaftrek. De echtgenote bracht een bedrag in mindering dat geheel bestond uit de zogenoemde derde tranche, een extra aftrekmogelijkheid.
De Inspecteur corrigeerde de aftrek bij belanghebbende door de overdracht van de basisaftrek te weigeren, omdat volgens hem overdracht niet mogelijk is als de overdragende echtgenoot gebruikmaakt van de derde tranche. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de basisaftrek ook kan worden overgedragen indien de echtgenoot de derde tranche benut.
Het hof overwoog dat het tranchesysteem in artikel 45a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vereist dat eerst de basisaftrek wordt benut voordat aanspraak kan worden gemaakt op de derde tranche. Hierdoor kan de basisaftrek niet worden overgedragen indien de echtgenoot deze zelf nodig heeft voor de basisvoorziening. Omdat de echtgenote van belanghebbende de derde tranche gebruikte, was er geen niet-benutte basisaftrek om over te dragen.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur en verwierp het beroep van belanghebbende. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat overdracht van de basisaftrek niet mogelijk is indien de echtgenoot gebruikmaakt van de derde tranche en wijst het beroep van belanghebbende af.