ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4494
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Krans
- U.E. Tromp
- E.F. Berkhemer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie belastingaanslag wegens onvoldoende vergoeding melkquotum
Belanghebbende was het niet eens met de verhoging van zijn belastbaar inkomen met ƒ 48.360,- wegens de overdracht van zijn aandeel in het melkquotum aan zijn zoon. Het geschil betrof de vraag of de vergoeding voor het melkquotum zakelijk en correct was vastgesteld.
Het Hof verwijst naar eerdere uitspraken en bevestigt dat de maatschapsovereenkomst zakelijk was en dat het melkquotum onderdeel uitmaakte van het maatschapsaandeel. De waardering van het melkquotum moest plaatsvinden naar de waarde in het economische verkeer bij voortgezette bedrijfsuitoefening, wat resulteerde in een minimale vergoeding van ƒ 48.360,-.
Belanghebbende voerde redelijkheid en billijkheid aan, maar het Hof oordeelde dat dit niet tot een lagere vergoeding leidde. De zoon had redelijkerwijs niet kunnen volstaan met een lagere vergoeding dan het genoemde bedrag. Het Hof bevestigde daarom de aanslagcorrectie en de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslagcorrectie en handhaaft de verhoging van het belastbaar inkomen met ƒ 48.360,- wegens onvoldoende vergoeding voor het melkquotum.