ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4179
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste aftrek woningkosten in Canada
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van €360.698. De Inspecteur had de aftrekbare kosten van een woning in Canada slechts gedeeltelijk geaccepteerd en een correctie toegepast op het belastbaar inkomen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit werd door de Inspecteur gehandhaafd.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen belanghebbende niet, maar de Inspecteur lichtte zijn standpunt toe en verstrekte aanvullende gegevens over de jaren 1990 tot en met 1995. De woning werd bewoond door de zoon van belanghebbende, die hiervoor een maandelijkse vergoeding betaalde. De Inspecteur stelde dat de woning geen bron van inkomen vormde en dat artikel 36 lid 8 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing was, waardoor de aftrek beperkt zou zijn.
Het hof oordeelde dat de woning wel degelijk een bron van inkomen was voor belanghebbende en dat de aftrekbeperking op grond van artikel 36 lid 8 niet Pro van toepassing was. Ook verwierp het hof de ruime uitleg van artikel 42a lid 5 door de Inspecteur, omdat de zoon niet als belastingplichtige kon worden aangemerkt. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van €346.397 en gelastte de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €346.397.