ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4372
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens vrijstelling inbreng gehele onderneming
Belanghebbende, een besloten vennootschap, ontving een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van €15.900 wegens verkrijging van een onroerende zaak. Na bezwaar werd deze verminderd tot €14.506. De kern van het geschil betrof de vraag of de verkrijging van het onroerend goed deel uitmaakte van de vrijgestelde inbreng van een gehele onderneming in de vennootschap.
Het hof stelde vast dat de oprichter C niet alleen zijn aandeel in een maatschap had ingebracht, maar feitelijk zijn gehele onderneming inclusief activa en passiva, waaronder het onroerend goed. Dit bleek uit de inbrengakte en de balans van C. De rechtbank oordeelde dat deze gehele onderneming was ingebracht, zodat de verkrijging van het onroerend goed onder de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel e van de Wet op belastingen van rechtsverkeer viel.
Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens werd de Inspecteur R&S veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. Het hof wees de Staat der Nederlanden aan als de partij die de kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat de verkrijging van het onroerend goed deel uitmaakt van de vrijgestelde inbreng van de gehele onderneming.