ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4376
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kwijtschelding van schuld bij ontbinding vennootschap en fiscale gevolgen
Belanghebbende was vennoot in een firma die per 31 december 1990 werd ontbonden vanwege slechte bedrijfsresultaten. Na ontbinding bleef een schuld van belanghebbende aan zijn broer bestaan, die later werd kwijtgescholden. Belanghebbende stelde dat deze kwijtschelding een vrijgesteld voordeel betrof omdat de schuld oninbaar was en de kwijtschelding voortkwam uit persoonlijke motieven.
Het hof oordeelde dat de kwijtschelding onderdeel was van een zakelijke regeling bij ontbinding van de firma en dat de schuld niet als oninbaar kon worden beschouwd. Belanghebbende had op het moment van kwijtschelding een dienstverband met een salaris dat voldoende ruimte bood voor aflossing, waardoor verhaal mogelijk was.
De kwijtschelding werd daarom aangemerkt als belastbare winst uit onderneming. De stelling van belanghebbende dat de Inspecteur een toezegging had gedaan om het bezwaar te honoreren, werd verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1990 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.