ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4390
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. de Groot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indeling in tariefgroep 3 bij toerekening AOW-uitkering echtgenote
Belanghebbende is in 1994 gepensioneerd en werd als alleenverdiener fiscaal behandeld met toepassing van tariefgroep 3. Zijn echtgenote ontving in dat jaar een AOW-uitkering van €10.888, hoger dan de basisaftrek van €5.925. De Inspecteur had aanvankelijk de AOW-uitkering van de echtgenote toegerekend aan belanghebbende, waardoor hij in tariefgroep 3 werd ingedeeld, maar na bezwaar werd dit teruggedraaid en werd belanghebbende in tariefgroep 2 geplaatst.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op indeling in tariefgroep 3. Het hof oordeelde dat de basisaftrek niet kan worden overgedragen door de echtgenote aan belanghebbende omdat haar inkomen hoger was dan de basisaftrek. De AOW-uitkering is een publiekrechtelijke uitkering die alleen kan worden toegerekend als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, waaronder een loonbelastingverklaring die dit toestaat.
Belanghebbende en zijn echtgenote hadden geen nieuwe loonbelastingverklaring ingediend om de toerekening te voorkomen. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur dat belanghebbende terecht in tariefgroep 2 was ingedeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 mei 1997.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende terecht in tariefgroep 2 is ingedeeld en wijst het beroep af.