ECLI:NL:GHSGR:1997:BB2043
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Deth
- Van den Wildenberg
- Van Oldenborgh
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning kind bij weigering moeder
De moeder en de man hadden een relatie van 1994 tot 1996 zonder samenwoning. Na de geboorte van hun dochter hebben zij het kind samen aangegeven, maar de man heeft het kind niet erkend vanwege financiële bezwaren. De moeder droeg de verzorging en opvoeding van het kind en de man leverde nauwelijks financiële bijdrage. De man heeft het kind ruim een jaar niet gezien ondanks een voorlopige omgangsregeling.
De man verzocht de rechtbank om erkenning van het kind, maar de moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking. Het hof overwoog dat de moeder rechtens te respecteren belangen heeft bij haar weigering tot toestemming, zoals de angst dat de man het ouderlijk gezag zou willen verkrijgen en het belang dat het kind in het huidige gezin met de moeder en haar partner blijft. De moeder stemde toe dat de geslachtsnaam van het kind niet zou wijzigen.
Het hof concludeerde dat er geen misbruik van bevoegdheid is door de moeder en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Het verzoek van de man tot erkenning werd afgewezen. Het hof benadrukte het belang van goed contact tussen het kind en de biologische vader en moedigde medewerking aan omgang aan.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot erkenning en wijst het verzoek van de vader af wegens rechtens te respecteren belangen van de moeder.