ECLI:NL:GHSGR:1998:AA4246
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing huurwaardeforfait eigen woning ondanks huurovereenkomst met eigen BV
Belanghebbende was directeur en aandeelhouder van een BV die panden huurde van hem, waaronder een bovenwoning die hij zelf bewoonde. Na aankoop van de panden door belanghebbende bleef de BV het complex huren en verhuurde de BV de bovenwoning aan belanghebbende. De Inspecteur paste het huurwaardeforfait toe op de bovenwoning en weigerde aftrek van kosten.
Belanghebbende voerde aan dat het huurrecht bleef bestaan en dat het huurwaardeforfait niet van toepassing was, verwijzend naar het principe koop breekt geen huur en het ontbreken van fraus legis. Het Hof oordeelde dat de huurovereenkomsten elkaars spiegelbeeld zijn en dat belanghebbende het genot van de woning heeft behouden, waardoor de huurovereenkomst voor het woongedeelte geen betekenis heeft.
Daarmee kwalificeert de bovenwoning als eigen woning in de zin van artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waardoor het huurwaardeforfait van toepassing is en de kosten en afschrijvingen niet aftrekbaar zijn. Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en het huurwaardeforfait wordt bevestigd.