ECLI:NL:GHSGR:1998:AA4260
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over economische huurwaarde en aftrek onderhoudskosten van verhuurd pand
Belanghebbende is eigenaar van een pand dat hij in 1995 gedurende acht maanden verhuurde aan zijn dochter. De Inspecteur stelde de economische huurwaarde hoger vast dan belanghebbende en beperkte daardoor de aftrek van onderhoudskosten. Tevens was in geschil of de kosten van levensonderhoud van de dochter en schoonzoon als buitengewone lasten in mindering konden worden gebracht.
Het hof overwoog dat de economische huurwaarde moet worden vastgesteld op basis van vergelijkbare panden en dat de huurprijs van belanghebbende niet zodanig afweek dat sprake was van een gedeeltelijke bruikleen. De huurwaarde werd vastgesteld op €708 per maand tot 1 juli 1995 en €735 daarna, lager dan door de Inspecteur gesteld.
Verder oordeelde het hof dat de dochter en schoonzoon voldoende middelen hadden om in hun levensonderhoud te voorzien, zodat de kosten hiervan niet als buitengewone lasten aftrekbaar waren. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, de aanslag werd verminderd met €12.173 aan onderhoudskosten die ten onrechte waren geweigerd.
Tot slot werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag door een lagere economische huurwaarde vast te stellen en wijst gedeeltelijke aftrek van onderhoudskosten toe.