ECLI:NL:GHSGR:1999:AA7421
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling desinvesteringsbetaling bij inbreng bedrijfsmiddelen in vennootschap onder firma
Belanghebbende bracht per 1 januari 1991 bedrijfsmiddelen, waaronder een vrachtauto, in een vennootschap onder firma in, waarin hij voor 70% winstgerechtigd was en zijn echtgenote voor 30%. Bij de vervreemding van de vrachtauto in 1995 stelde de Inspecteur een desinvesteringsbetaling vast over de volledige verkoopprijs, terwijl belanghebbende dit slechts voor 70% berekende.
In geschil was of de desinvesteringsbetaling berekend moest worden over het volledige bedrag van de vervreemding of slechts over het deel dat overeenkomt met de winstgerechtigdheid van belanghebbende. Het hof oordeelde dat de desinvesteringsbetaling moet worden berekend over het aandeel in de vergoeding dat overeenkomt met de gerechtigdheid tot het vermogen van de vennootschap, wat in dit geval 100% was.
De winstgerechtigdheid van 70% correspondeert niet met de gerechtigdheid tot het vermogen, die volgens de jaarstukken 100% bedroeg. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de aanslag inclusief de door de Inspecteur vastgestelde desinvesteringsbetaling.
De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof 's-Gravenhage op 24 maart 1999.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inclusief volledige desinvesteringsbetaling bevestigd.