ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9931
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Boer
- Gerritzen
- Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake medeverantwoordelijkheid echtgenote bij faillissement en schuldsanering
X. en haar echtgenoot Y. hebben hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door de rechtbank Rotterdam. X. betwistte dat zij en haar echtgenoot niet te goeder trouw waren met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van schulden.
Het hof oordeelde dat de rechtbank het verzoek niet had afgewezen vanwege het ontbreken van goede trouw, maar vanwege het feit dat Y. aanzienlijke boedelschulden had veroorzaakt tijdens zijn faillissement en dat X. mede verantwoordelijk was voor het uitgavenpatroon en het ontstaan van deze schulden. Hierdoor bestond er gegronde vrees dat zij haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zou nakomen.
Het hof stelde vast dat X. nauw betrokken was bij de financiële gang van zaken binnen de huwelijksgemeenschap en feitelijk alle financiën regelde. Zij had grote invloed op het uitgavenpatroon en was mede verantwoordelijk voor het ontstaan van boedelschulden, het niet nakomen van afspraken met de curator en het aangaan van verplichtingen na de faillissementsdatum zonder toestemming.
Gelet op deze feiten bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot schuldsanering af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsanering af wegens medeverantwoordelijkheid van de echtgenote voor boedelschulden.