ECLI:NL:GHSGR:1999:AK3836
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. Vonk
- M.J.M.S. den Haan-van Balkom
- Rechtspraak.nl
Smartengeld is geen loon uit dienstbetrekking bij beëindiging arbeidsovereenkomst
Belanghebbende en zijn werkgever beëindigden na 33 jaar hun arbeidsovereenkomst met een regeling die onder meer een schadeloosstelling, voortzetting pensioenopbouw en personeelscondities omvatte. Daarnaast werd een smartengelduitkering van ƒ 25.000 overeengekomen, welke niet in het verzoekschrift of de ontbindingsbeschikking was opgenomen.
Belanghebbende stelde dat het smartengeld een vergoeding was voor immateriële schade door aantasting van zijn eer en goede naam, veroorzaakt door de wijze waarop hij in de laatste dienstjaren werd behandeld. Hij mocht niet over de kwestie spreken, werd door relaties en collega’s gemeden en kreeg geen afscheid. De werkgever erkende onvolkomenheden in het dossier.
Het hof concludeerde dat het smartengeld onverplicht was toegekend en niet als loon uit dienstbetrekking moest worden beschouwd. De vergoeding strekte tot verbetering van in eer en goede naam geleden schade en hing onvoldoende samen met de dienstbetrekking. Ook afspraken over belastingheffing deden hieraan niet af.
Het hof vernietigde de uitspraak waarvan beroep, stelde de aanslag bij tot een belastbaar inkomen van ƒ 109.597 en gelastte de Inspecteur het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het smartengeld wordt niet als loon uit dienstbetrekking aangemerkt, waardoor de aanslag wordt verminderd.