ECLI:NL:GHSGR:1999:AV1399
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Vrij
- In 't Velt-Meijer
- Dupain
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ontvankelijkheid bij verzoek afgifte goederen uit Goudstikker-collectie
De zaak betreft een verzoek van de Amsterdamse Negotiatie Compagnie N.V. in liquidatie en Von Saher tot afgifte van goederen die de Staat verkreeg uit de zogenaamde Goudstikker-collectie. Het hof moest beoordelen of het bevoegd was kennis te nemen van het hoger beroep tegen de beslissing van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 25 maart 1998.
Het hof oordeelde dat de Staatssecretaris als rechtsopvolger van de Stichting Nederlandsch Kunstbezit (SNK) niet onder de afdeling van de Raad voor het Rechtsherstel valt, waardoor geen hoger beroep openstaat op grond van artikel 18 lid 5 Besluit Pro E 100. Tevens werd het beroepschrift, voor zover op te vatten als rechtstreeks verzoek op grond van artikel 21 lid 1 Besluit Pro E 100, niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen vóór 1 juli 1951.
Ambtshalve rechtsherstel werd niet toegekend omdat er geen gewichtige redenen waren om af te wijken van de termijn. Het hof verwierp ook het beroep op het volkenrecht en artikel 5 van Pro de Grondwet. Uiteindelijk werd Goudstikker veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, met veroordeling in de kosten.