ECLI:NL:GHSGR:2000:AA4386
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In't Velt-Meijer
- De Brauw
- Ottervanger
- Rechtspraak.nl
Vaststelling buiten toepassing van tweede generieke korting Wet herstructurering varkenshouderij wegens strijd met verdragsrecht
De Nederlandse Staat en de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) en andere geïntimeerden zijn in hoger beroep gegaan tegen een tussenvonnis van de rechtbank over de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv). NVV c.s. vorderden onder meer de onverbindendverklaring van de Whv wegens strijd met de Grondwet, het Europees recht en het EVRM, en stelden dat de Whv onrechtmatig is vanwege het ontbreken van een schadevergoedingsregeling.
Het hof oordeelde dat toetsing van de Whv aan de Grondwet niet mogelijk is vanwege artikel 120 Grondwet Pro, maar dat de Whv wel inbreuk maakt op de gemeenschappelijke marktordening en het recht op ongestoord genot van eigendom zoals beschermd in het Eerste Protocol bij het EVRM. De generieke kortingen en het vervallen van latente mestproductierechten vormen een inbreuk, maar geen onteigening in formele zin.
Het hof stelde vast dat de eerste generieke korting van 10% en het vervallen van de latente ruimte noodzakelijk en proportioneel zijn voor het milieudoel van de Whv, maar dat de tweede generieke korting van maximaal 15% niet voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium en dus strijdig is met het verdragsrecht. Daarom verklaarde het hof artikel 31 Whv Pro ten aanzien van de betrokken varkenshouders buiten toepassing. De proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan NVV c.s. opgelegd.
Uitkomst: Artikel 31 van de Wet herstructurering varkenshouderij wordt ten aanzien van bepaalde varkenshouders buiten toepassing verklaard wegens strijd met het EVRM en het EG-Verdrag.