ECLI:NL:GHSGR:2000:AA5729
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schipper
- Van Schendel
- Coeterier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oproeping bedreigde getuige na onthulling identiteit en beschermingsmaatregelen
Geïntimeerde, aanvankelijk als bedreigde getuige aangemerkt in een strafzaak, zag zijn identiteit door een fout bekend worden bij de verdediging van een verdachte. Hierdoor verloor hij formeel zijn status als bedreigde getuige. Geïntimeerde vorderde in kort geding dat de Staat hem niet mocht oproepen voor verhoor ter terechtzitting en dat hij alleen door de rechter-commissaris mocht worden gehoord met inachtneming van beschermingsprocedures.
De president van de rechtbank wees het verbod op oproeping toe, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het gesloten systeem van rechtsmiddelen geen toetsing door de burgerlijke rechter aan de tussenbeslissingen van het hof toestaat, tenzij onder uitzonderlijke omstandigheden. Hoewel de identiteit van geïntimeerde bekend is geworden en hij in een levensbedreigende situatie verkeert, acht het hof de getroffen beschermingsmaatregelen bij het verhoor ter terechtzitting voldoende.
In de strafzaak tegen een tweede verdachte was geïntimeerde niet als bedreigde getuige aangemerkt. Zijn vorderingen om alsnog deze status te verkrijgen en oproeping te verbieden werden eveneens afgewezen. Het hof veroordeelde geïntimeerde tot betaling van proceskosten en wees alle vorderingen af, waarbij het belang van effectieve rechtsbescherming werd afgewogen tegen het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van geïntimeerde af, waarbij de oproeping als getuige met beschermingsmaatregelen wordt toegestaan.