ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6991
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting
Verzoekster, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en vennoot in een vennootschap onder firma actief in de agrarische sector, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de periode van september 1993 tot en met september 1998. De Belastingdienst stelde dat de vennootschap onder firma geen zelfstandig ondernemer was voor de omzetbelasting en dat het verlaagde tarief niet van toepassing was. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in bij het gerechtshof.
Op 18 augustus 2000 behandelde de president van het gerechtshof het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster stelde dat zij een spoedeisend belang had omdat de aanslagen haar financiële situatie ernstig zouden schaden. Verweerder gaf aan dat geen invorderingsmaatregelen waren getroffen en ook niet overwogen werden, en dat de bedrijfsactiviteiten gewoon doorgingen.
De president oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak en dat het nemen van voorlopige maatregelen niet noodzakelijk was. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek om uitstel van betaling niet door de president kon worden beoordeeld omdat dit buiten de bevoegdheid van de administratieve rechter valt. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werden geen proceskosten aan verzoekster toegekend. De uitspraak werd openbaar gedaan in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.