ECLI:NL:GHSGR:2000:AA9929
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koning
- Schuering
- De Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toedeling woning aan vrouw en waardebepaling bij echtscheiding
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen diverse vonnissen van de rechtbank Utrecht betreffende de verdeling van de gemeenschap van goederen na echtscheiding, met name de toedeling van de woning aan de vrouw.
Het gerechtshof neemt de eerdere overwegingen van het hof Amsterdam over, die door de Hoge Raad grotendeels zijn bevestigd. De toedeling van de woning aan de vrouw blijft gehandhaafd, waarbij het moment van waardebepaling wordt vastgesteld op het tijdstip van de notariële overdracht, niet op het moment van het oorspronkelijke vonnis.
De man had verzocht om een hogere waarde toe te passen vanwege bijzondere waarde van de woning, maar het hof acht geen reden om af te wijken van de marktwaarde bij overdracht. De gebruiksvergoeding die de vrouw aan de man moet betalen blijft ongewijzigd, aangezien partijen hiertegen geen tijdig beroep hebben ingesteld.
Ook de door de vrouw gestelde onderhoudskosten na het arrest van het hof Amsterdam worden niet in aanmerking genomen vanwege gebrek aan specificatie. Het hof verklaart de toedeling van de woning uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De toedeling van de woning aan de vrouw wordt bevestigd met waardebepaling op het moment van notariële overdracht en verdere vorderingen van de man worden afgewezen.