ECLI:NL:GHSGR:2000:AA9978
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Koning
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling tussen vader en kind na verzoek tot stopzetting door moeder
De moeder verzocht de rechtbank om de omgangsregeling tussen de vader en het kind stop te zetten. De rechtbank wees dit verzoek af en stelde de omgangsregeling vast waarbij de vader recht had op omgang met het kind gedurende vier uren per veertien dagen.
In hoger beroep heeft de moeder haar verzoek tot stopzetting herhaald, maar zij verscheen niet bij de zitting en bracht geen nieuwe feiten of argumenten naar voren. De vader besloot om geen verweer te voeren vanwege financiële en emotionele redenen.
Het hof oordeelde dat de moeder door haar afwezigheid en het ontbreken van nieuwe feiten zelf een situatie had gecreëerd waarin het niet mogelijk was meer informatie te verkrijgen over haar verzoek. Het rapport van de raad voor de kinderbescherming toonde geen aanwijzingen dat omgang met de vader niet in het belang van het kind was.
Daarom werd de bestreden beschikking, waarin de omgangsregeling werd gehandhaafd, bekrachtigd. Het hof vond geen wettelijke grond om de omgang te staken en benadrukte het belang van het kind boven de persoonlijke verhoudingen tussen de ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de omgangsregeling tussen vader en kind handhaaft en wijst het verzoek tot stopzetting af.