ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0120
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Schuering
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wijziging alimentatie na echtscheiding afgewezen
De man verzocht de rechtbank om de alimentatie die hij aan de vrouw moest betalen met ingang van 3 april 1996 op nihil te stellen. De rechtbank had eerder de alimentatie vastgesteld op een oplopend bedrag van ƒ 980,- tot ƒ 1.760,- per maand, afhankelijk van de periode en verkoop van de voormalige echtelijke woning.
De vrouw kwam in hoger beroep en verzocht de beschikking te vernietigen, onder meer omdat zij vond dat de man niet ontvankelijk moest worden verklaard en dat de alimentatie niet met terugwerkende kracht mocht worden gewijzigd. De man voerde aan dat de alimentatie moest worden verlaagd vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder kosten voor hun meerderjarige zoon en vermeende onrechtmatige opnames van geld door de vrouw.
Het hof oordeelde dat de door de man aangevoerde kosten geen wijzigingsgrond vormden, omdat hij niet verplicht was deze kosten te maken en hij niet aannemelijk had gemaakt dat zijn draagkracht was verminderd. Ook werden de overige aangevoerde omstandigheden, zoals juridische kosten, tandartskosten en lagere huur, niet als voldoende grond voor wijziging gezien.
Het hof concludeerde dat de rechtbank bij haar beschikking van 17 januari 1996 niet van onjuiste gegevens was uitgegaan en dat er geen reden was om de alimentatie te wijzigen. Het hoger beroep van de vrouw werd toegewezen en het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en handhaaft de alimentatieverplichting zoals vastgesteld.