ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0122
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- de Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling kinderalimentatie en draagkracht ouders
In deze zaak is het geschil ontstaan over de hoogte van de kinderalimentatie die de vader aan de moeder moet betalen voor hun gezamenlijk kind, geboren na beëindiging van hun relatie. De rechtbank had eerder bepaald dat de vader een bedrag van ƒ 750,- per maand moest betalen. De vader kwam hiertegen in hoger beroep omdat hij de draagkracht niet voldoende vond weerspiegeld.
Het hof hanteerde bij de behoeftebepaling het rapport 'Kosten van kinderen' van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, waarbij het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk als richtsnoer geldt. Omdat de vader geen deel uitmaakte van het gezin, werd de behoefte bepaald aan de hand van het netto-inkomen van de moeder ten tijde van de geboorte of relatiebreuk.
De moeder was arbeidsongeschikt en ontving diverse uitkeringen en een parttime salaris. De vader had een bruto jaarinkomen van ƒ 100.000,- met aanzienlijke lasten. Het hof oordeelde dat beiden naar draagkracht moeten bijdragen, waarbij het verzoek van de vader tot verlaging van de alimentatie werd gehonoreerd. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar incidenteel hoger beroep. De bestreden beschikking werd vernietigd en opnieuw bepaald dat de ouders elk de helft van de kosten dragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt dat de vader een lagere kinderalimentatie van ƒ 500,- per maand betaalt, waarbij ouders naar draagkracht elk de helft van de kosten dragen.