ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0135
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Tijnagel
- Koning
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderalimentatie en draagkracht moeder na echtscheiding
De vader verzocht de rechtbank om de moeder te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie voor hun minderjarige kinderen vanaf 27 juli 1990 en voor twee stiefkinderen uit een eerder huwelijk van de moeder over de periode 1989-1994. De rechtbank wees het verzoek voor de stiefkinderen af en bepaalde de alimentatieplicht voor de eigen kinderen vanaf 1 december 1998. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissingen.
Het hof oordeelde dat de vader niet tot de kring van belanghebbenden behoort om kinderalimentatie voor de stiefkinderen te vorderen en verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk. Voor de eigen kinderen stelde het hof vast dat de moeder vanaf 1 december 1998 draagkracht heeft, omdat zij toen haar aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap ontving. De moeder had onvoldoende draagkracht vóór die datum.
De moeder voerde aan dat zij door de boedelscheiding en haar financiële verplichtingen niet draagkrachtig was, maar het hof verwierp dit. De alimentatie van ƒ 250 per kind per maand werd bevestigd vanaf 1 december 1998. De overige verzoeken van de vader werden afgewezen.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard voor alimentatie voor stiefkinderen en de alimentatieplicht van de moeder voor haar eigen kinderen wordt bevestigd vanaf 1 december 1998.