ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0253
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Van den Wildenberg
- Van Knobelsdorff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatievordering vrouw na echtscheiding en draagkracht man
De vrouw en man zijn in 1989 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn begin 1999 uit elkaar gegaan. De vrouw, die sinds november 1999 een vierjarige tolkenopleiding volgt en daardoor niet beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, vordert alimentatie. De man stelt dat de vrouw in staat is zelf in haar levensonderhoud te voorzien en betwist de alimentatieverplichting.
Het hof overweegt dat de vrouw, gezien haar leeftijd en arbeidsverleden, niet volledig zelfvoorzienend is. Haar behoefte wordt vastgesteld op ƒ 3.500,- per maand, gelijk aan de voorlopige alimentatie die zij ontving tijdens haar studie. De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn draagkracht deze alimentatie niet toelaat. Ondanks verlieslijdend bedrijf beschikt hij naar het oordeel van het hof over een aanzienlijk vermogen, deels verborgen op onbekende bankrekeningen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de alimentatie betreft en bepaalt de alimentatie voor de vrouw op ƒ 3.500,- per maand, ingaande vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Alimentatie voor de vrouw vastgesteld op ƒ 3.500,- per maand vanaf inschrijving echtscheidingsbeschikking.