ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0254
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Schuering
- Van Knobelsdorff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatie en verdeling goodwill maatschap na echtscheiding
De vrouw en man zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben drie minderjarige kinderen. Na echtscheiding is in eerste aanleg alimentatie voor de vrouw vastgesteld op ƒ 7.000 per maand. De vrouw vordert verhoging naar ƒ 12.000, de man verlaging naar nihil of ƒ 3.879.
Het hof gaat uit van het inkomen van de vrouw van circa ƒ 45.000 per jaar en erkent haar behoefte aan aanvullende alimentatie gezien haar beperkte verdiencapaciteit en zorg voor de kinderen. De man heeft een winst uit onderneming van bijna ƒ 298.000 per jaar en voldoende draagkracht.
Het hof vernietigt het eerdere besluit en bepaalt de alimentatie voor de vrouw op ƒ 7.950 per maand vanaf inschrijving echtscheiding. De man wordt niet-ontvankelijk verklaard voor verzoeken over alimentatie vóór ontbinding huwelijk. De duur van alimentatie wordt niet beperkt vanwege de rolverdeling tijdens het huwelijk.
Betreffende de goodwill van de maatschap, oordeelt het hof dat goodwill zelf geen vermogensrecht is, maar het maatschapkapitaal inclusief goodwill wel. De waarde van goodwill is nu niet bepaalbaar, daarom krijgt de man de onbepaalde waarde en de vrouw een vordering op de man ter grootte van de helft van de netto vergoeding die hij later ontvangt, pas opeisbaar na ontvangst.
Uitkomst: Alimentatie voor de vrouw wordt vastgesteld op ƒ 7.950 per maand en de goodwill van de maatschap wordt verdeeld met een vordering van de vrouw op de man.