ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9848
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Michiels van Kessenich-Hoogendam
- Hamaker
- Klein Breteler
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag en poging zware mishandeling van echtgenote met vuurwapen
Op 31 juli 1999 heeft verdachte zijn echtgenote met geweld mishandeld door haar met gebalde vuisten in het gezicht te stompen en tegen het hoofd te trappen of schoppen, wat niet tot voltooiing van het misdrijf leidde. Enkele dagen later, op 4 of 5 augustus 1999, heeft verdachte haar opzettelijk met een pistool op het hoofd geschoten, wat de dood van het slachtoffer tot gevolg had.
Verdachte had daarbij een vuurwapen en munitie van categorie III in bezit. Tijdens het onderzoek voerde de verdediging aan dat het technisch mogelijk was dat het slachtoffer zichzelf had doodgeschoten, maar het hof verwierp dit op grond van bewijs en omstandigheden, waaronder de positie van verdachte in de auto en de looprichting van het pistool.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het contactschot heeft afgevuurd terwijl het slachtoffer haar achterhoofd naar hem had toegekeerd. Verdachte heeft na het incident geprobeerd de ware toedracht te verhullen door op de auto te schieten om de indruk te wekken dat derden verantwoordelijk waren.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van negen jaar, met aftrek van voorarrest, en onttrekking aan het verkeer van de patronen en hulzen. De in beslag genomen kledingstukken en auto werden respectievelijk aan verdachte en de eigenaar teruggegeven, terwijl een sleutelbos in bewaring werd gegeven. Tevens werd een schadevergoeding van 10.076 gulden aan de benadeelde partij toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag op zijn echtgenote en poging zware mishandeling, met toewijzing van schadevergoeding aan de benadeelde partij.