ECLI:NL:GHSGR:2001:AA9851
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing teruggeleiding kind naar Canada op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over de teruggeleiding van hun kind naar Canada, waar het kind zijn gewone verblijfplaats had. De moeder bracht het kind zonder toestemming naar Nederland, wat de Centrale Autoriteit en vader aanvoerden als ongeoorloofd volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Het hof oordeelt dat de toepasselijkheid van het Verdrag afhangt van het gezagsrecht zoals vastgesteld in Canada, waar het kind de eerste tien jaar heeft gewoond. Het omgangsrecht van de vader wordt in het toepasselijke Angelsaksische recht als gezagsrecht aangemerkt. De moeder heeft gehandeld in strijd met de Canadese wet door het kind tijdens een lopende procedure naar Nederland over te brengen.
Ondanks deze ongeoorloofde overbrenging weigert het hof de teruggeleiding te gelasten vanwege het duidelijke verzet van het kind en het ernstige risico dat een terugkeer tot ondragelijke omstandigheden zou leiden, mede doordat de moeder niet kan terugkeren naar Canada. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot teruggeleiding van het kind naar Canada wegens verzet van het kind en risico op ondragelijke situatie.