ECLI:NL:GHSGR:2001:AA9950
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van Rijnberk
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rechtsmacht en erkenning van het vaderschap met betrekking tot Nederlandse nationaliteit
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van zijn verzoek tot verklaring voor recht dat hij het kind rechtsgeldig heeft erkend. De rechtbank had het verzoek afgewezen vanwege onvoldoende aanknoping met de Nederlandse rechtssfeer en was voorbijgegaan aan het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator.
Het hof benoemde een bijzondere curator en behandelde de zaak mondeling. Uit de feiten blijkt dat de vader de Nederlandse nationaliteit bezit en dat het kind in Kameroen is geboren uit een relatie met de moeder, die de Kameroense nationaliteit heeft. Het kind woont sinds 1998 bij de vader in Frankrijk en gaat daar naar school. De vader woont ook in Frankrijk, hoewel hij zich incidenteel in Nederland inschrijft.
De vader stelde dat de rechtbank ten onrechte geen rechtsmacht toekende, mede omdat het kind door de erkenning de Nederlandse nationaliteit zou verkrijgen. Het hof oordeelt dat de domiciliekeuze in Nederland niet doorslaggevend is, maar dat de Nederlandse nationaliteit van de vader en het belang van het kind bij vaststelling van de erkenning voldoende aanknoping met de Nederlandse rechtssfeer vormen. Daarom vernietigt het hof de beschikking en bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het onderzoek wordt heropend voor nadere inlichtingen en voortgezet op een latere datum.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om te oordelen over de erkenning van het vaderschap.