ECLI:NL:GHSGR:2001:AB1100
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen voorlopige aanslag Ziekenfondswet
Verzoekster, een arts-assistente die sinds 1999 winst uit onderneming geniet en daarnaast als werknemer verzekerd was, heeft bezwaar gemaakt tegen een voorlopige aanslag Ziekenfondswet over het jaar 2000. De aanslag was gebaseerd op een premie-inkomen van ƒ 41.200. Na afwijzing van het bezwaar door verweerder heeft verzoekster beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Terwijl het beroep in behandeling is, verzoekt verzoekster om een voorlopige voorziening om de betaling van de aanslag op te schorten. Verweerder heeft uitstel van betaling verleend gedurende de beroepsprocedure. Verzoekster beroept zich op een brief van verweerder waarin zij mocht vertrouwen dat de situatie per 1 oktober 1999 niet doorslaggevend zou zijn voor de verzekeringsplicht in 2000.
De president overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Gezien het feit dat verzoekster uitstel van betaling heeft en dat het beroep versneld zal worden behandeld, is er geen sprake van een onevenredig nadeel dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is op 12 april 2001 in het openbaar uitgesproken door de fungerend president mr. Tijnagel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier mr. Postema.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de voorlopige aanslag Ziekenfondswet wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.