ECLI:NL:GHSGR:2001:AB1265
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Hehemann
- Van den Wildenberg
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding en eigendomsrechten na beëindiging samenwoning afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw die samenwoonden zonder schriftelijke samenlevingsovereenkomst. Na beëindiging van de relatie eiste de vrouw schadevergoeding en toedeling van haar inboedel die zij bij het vertrek had achtergelaten. De man betwistte het eigendom van de volledige inboedel en stelde dat de vrouw nalatig was geweest in het terughalen van haar spullen.
De rechtbank had de vordering van de vrouw grotendeels toegewezen, maar het hof vernietigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat de vrouw onvoldoende bewijs heeft geleverd van de waarde van de inboedel op het moment van vertrek en dat zij niet duidelijk was over welke zaken zij terug wilde. De man had een deel van de zaken teruggegeven en de rest was uiteindelijk ook terug bij de vrouw.
Daarnaast wees het hof de vorderingen van de vrouw op grond van zaakwaarneming en ongerechtvaardigde verrijking af, omdat de vrouw haar stellingen niet kon staven en de verrichte diensten als vriendendiensten werden beschouwd. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De vorderingen van de vrouw worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over eigendom en waarde van de inboedel.