ECLI:NL:GHSGR:2001:AB6977
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Bruijn-Lückers
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderalimentatie en ontvankelijkheid vermeerdering van eis
De vrouw startte de procedure tot het verkrijgen van kinderalimentatie als wettelijk vertegenwoordigster van de jongste dochter. Tijdens het geding vermeerderde zij haar eis met een bijdrage voor twee andere minderjarige kinderen, erkend door de man. De man betwistte de ontvankelijkheid van deze vermeerdering van eis en voerde aan dat deze zelfstandige vorderingen betreffen die niet in deze procedure kunnen worden betrokken.
Het hof oordeelde dat de vermeerdering van eis niet ontvankelijk is omdat deze niet op de juiste wijze is ingediend volgens de sinds 1 april 1995 geldende procedurevereisten. De eerdere voorlopige overweging van de rechtbank dat de vrouw ontvankelijk was, werd niet als definitieve beslissing aangemerkt. De bijdrage voor de jongste dochter blijft gehandhaafd op ƒ 250,- per maand vanaf 19 oktober 1994, waarbij de draagkracht van de man toereikend is.
De man klaagde ook over de betalingsverplichting en het nalaten van betalingen, maar het hof stelde dat de man vanaf het moment van kennisname van de eis had moeten betalen. De vrouw werd niet ontvankelijk verklaard in haar vermeerdering van eis voor de twee andere kinderen, en het vonnis van 15 juli 1999 werd op dat punt vernietigd. De kosten van het hoger beroep worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De vrouw is niet ontvankelijk in haar vermeerdering van eis voor twee kinderen; de bijdrage voor de jongste dochter blijft gehandhaafd.