ECLI:NL:GHSGR:2001:AD5893
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Vrij
- De Groot
- Boele
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijs financiële tegemoetkoming terbeschikkingstelling
In deze civiele zaak heeft appellant geprobeerd aan te tonen dat de Staat hem tussen 1982 en 1989 toezeggingen deed over een financiële tegemoetkoming vanwege zijn terbeschikkingstelling. Het hof heeft in een tussenarrest de toelating gegeven om getuigen te horen over deze toezeggingen. Vervolgens zijn negen getuigen gehoord, waaronder partijgetuigen en getuigen namens de Staat.
De verklaringen van getuigen over betalingen en toezeggingen waren inconsistent en werden niet ondersteund door de belangrijkste getuige die de contacten met appellant onderhield namens de Staat. Ook de ex-echtgenote van appellant verklaarde over gesprekken waarin toezeggingen werden genoemd, maar het hof vond dat deze niet voldoende bewijs leverden, mede omdat duidelijk was dat beslissingen over schadevergoeding bij de Staatssecretaris en het Ministerie van Financiën lagen.
Het hof concludeerde dat appellant niet is geslaagd in het leveren van het vereiste bewijs. De bijzondere relatie tussen appellant en de getuige die namens de Staat optrad, leidde tot verwarring over de rol van deze getuige, maar dit rechtvaardigde geen andere conclusie. De grieven van appellant zijn verworpen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep van appellant af wegens onvoldoende bewijs van toezeggingen door de Staat.