ECLI:NL:GHSGR:2001:AE4729

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
5 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2200121001
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ritter
  • Van Boven
  • Herstel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep moord met voorbedachten rade op slachtoffer voor woning

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar wegens moord met voorbedachten rade. De verdachte had het slachtoffer op koele en berekenende wijze voor diens woning op de openbare weg met meerdere schoten om het leven gebracht.

Uit het onderzoek bleek dat de verdachte het slachtoffer enkele dagen voorafgaand aan het feit had geobserveerd om het meest geschikte moment en plaats te bepalen voor de aanslag. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen op het slachtoffer had geschoten, wat leidde tot diens overlijden.

De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, maar het hof achtte deze straf onvoldoende gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het was gepleegd. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis en uitleveringsdetentie had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de opgelegde straf.

De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Het hof benadrukte dat de daad de rechtsorde ernstig heeft geschokt en onherstelbaar leed heeft toegebracht aan de nabestaanden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachten rade.

Uitspraak

rolnummer 2200121001
parketnummer 1005005297
datum uitspraak 5 november 2001
tegenspraak
GERECHTSHOF TE'S-GRAVENHAGE
meervoudige kamer voor strafzaken
ARREST
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 4 mei 2001 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek
op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 oktober 2001.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van tien jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering, in voorlopige hechtenis en in het buitenland in uitleveringsdetentie heeft doorge-bracht.
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.
BIJLAGE
dat hij op 05 juli 1997 te Rotterdam, opzettelijk en met voorbedachten rade, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen kogels afgevuurd op voornoemde [slachtoffer], daarmee treffend en verwondend die [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde levert op:
Moord.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
De advocaat-generaal mr. Renckens heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in uitleveringsdetentie in het buitenland en in voorarrest in Nederland en heeft doorgebracht.
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft op koele en berekenende wijze het slachtoffer in de onderhavige zaak, te weten [slachtoffer], voor diens woning, op de openbare weg, met een aantal schoten om het leven gebracht. Voorafgaand aan het plegen van het feit heeft de verdachte het slachtoffer gedurende enige dagen geobserveerd, kennelijk met de bedoeling om het meest gunstige moment en de meest gunstige plaats te bepalen om zijn daad tot uitvoer te brengen.
Uit de planmatige aanpak van de verdachte blijkt dat de verdachte omtrent het slagen van de door hem uitgevoerde aanslag op het leven van het slachtoffer niets aan het toeval heeft willen overlaten.
Door het handelen van de verdachte is de rechtsorde dan ook ernstig geschokt, terwijl ook aan de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed is toegebracht.
Het hof is derhalve van oordeel dat op het onderhavige feit niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf zoals in hoger beroep door de advocaat-generaal is gevorderd.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 289 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlaste-gelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJFTIEN JAREN.
Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak ingevolge een Nederlands verzoek tot uitlevering in detentie in het buitenland en in voorarrest in Nederland is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mrs. Ritter, Van Boven en Herstel, in bijzijn van de griffier mr. Mulder.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 november 2001.
Mr. Herstel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.