ECLI:NL:GHSGR:2001:AF0048

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
29 januari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/946
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • In 't Velt-Meijer
  • Van der Klooster
  • Van Apeldoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onduidelijk huwelijksgoederenregime

X. heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Zij betoogde dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek niet had toegewezen.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat X. rond 1992 vanuit Liberia naar Nederland kwam en geregistreerd staat als gehuwd, maar zelf verklaarde slechts een traditioneel huwelijk te zijn aangegaan. Er was onduidelijkheid over haar huwelijksstatus en het toepasselijke huwelijksgoederenregime, mede doordat navraag bij de Burgerlijke Stand en het IND geen helderheid gaf.

Volgens artikel 284 lid 3 Faillissementswet Pro kan een schuldenaar alleen met medewerking van de echtgenoot een verzoek tot schuldsanering indienen, tenzij iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten. Door de onduidelijkheid over het huwelijksregime en de status van het huwelijk kon het hof het verzoek niet toewijzen.

Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af wegens onduidelijkheid over het huwelijksgoederenregime.

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Gravenhage
Tweede Civiele Kamer
X.,
Wonende te P.,
Appellante
Procureur: mr. J.A. van Keulen.
Her geding
Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie van het hof op 23 november 2001 heeft X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 16 november 2001, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 januari 2002, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr. C.C.M. Welten, advocaat te Rotterdam.
Beoordeling van het hoger beroep
1. X. heeft gesteld dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.
2. Uit de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat X. in of omstreeks 1992 vanuit Liberia naar Nederland is gekomen. Bij aankomst in Nederland is zij geregistreed als zijnde gehuwd. X. heeft ter zitting van het hof verklaard dat zij niet officieel is gehuwd, maar dat zij in Liberia een traditioneel huwelijk is aangegaan.
3. Uit het proces-verbaal van de rechtbank te Rotterdam van 14 november 2001 is gebleken dat de heer K.A. Nieuwstraten, schuldhulpverlener, in eerste aanleg heeft verklaard dat X. in 1999 is gehuwd, als gehuwd geregistreerd staat en thans bezig is met een echtscheidingsprocedure.
De raadsman van X., mr. Welten, heeft ter zitting van het hof verklaard dat het hem ondanks navraag bij de Burgerlijke Stand en het IND niet duidelijk is geworden of X. thans nog gehuwd is of ooit gehuwd is geweest. De schulden ten aanzien waarvan toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt verzocht zouden zijn gemaakt door de (ex)-echtgenoot van X.
4. Ingevolge artikel 284 lid 3 Fw Pro. kan een schuldenaar het verzoek tot het toepassen verklaren van de schuldsaneringsregeling slechts doen met ,edewerking van zijn of haar echtgenoot, tenzij iedere gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten is uitgesloten.
Het hof is van oordeel dat nu er nog steeds grote onduidelijkheid bestaat of X. gehuwd is, en het ook onduidelijk is door welk recht het eventuele huwelijksvermogenregime wordt beheerst, het verzoek van X. tot het toepassen verklaren van de schuldsaneringsregeling dient te worden afgewezen. Het bestreden vonnis dient derhalve te worden bekrachtigd.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigd het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 16 november 2001.
Dit arrest is gewezen door mrs. In 't Velt-Meijer, Van der Klooster en Van Apeldoorn en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.