ECLI:NL:GHSGR:2002:4
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Schellen
- Schmitz
- Mees
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake werkgeversaansprakelijkheid voor gezondheidsschade door blootstelling gevaarlijke stoffen
In deze zaak vordert appellant schadevergoeding wegens gezondheidsschade door blootstelling aan nikkelverbindingen en organische oplosmiddelen tijdens zijn werkzaamheden bij Unilever in de periode 1975-1984. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat art. 7:658 BW Pro van toepassing is, waarbij het oorzakelijk verband wordt aangenomen indien de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden.
Het hof oordeelt dat nog niet vaststaat dat appellant daadwerkelijk gezondheidsschade heeft geleden en dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld, mede door gemotiveerde betwisting van Unilever en het ontbreken van volledige medische rapportages. Daarom wordt appellant toegelaten tot bewijslevering, bij voorkeur door deskundigen.
Ook Unilever mag bewijs leveren dat zij haar zorgplicht is nagekomen. Het hof gelast een comparitie van partijen om de bewijslevering en deskundigen te bespreken. De zaak wordt voorlopig niet inhoudelijk beslist, maar voorbereid voor verdere behandeling.
Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering bij werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekten en de rol van deskundigen in het vaststellen van blootstelling en gezondheidsschade.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie om bewijslevering te bespreken en wijst de zaak voorlopig niet inhoudelijk toe.