ECLI:NL:GHSGR:2002:AE1794
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Von Brucken Fock
- Aler
- Verduyn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis verstek jeugdige verdachte wegens schending verschijningsplicht
In deze strafzaak ging het om een jeugdige verdachte die in eerste aanleg ter zitting niet was verschenen, waarna de kinderrechter verstek verleende en de zaak afdeed. De verdachte was gedagvaard voor een zitting op 24 september 2001, maar verscheen niet. Het hof oordeelde dat de verschijningsplicht van de jeugdige verdachte een wezenlijk vormvoorschrift is dat op pedagogische gronden is ingevoerd om de jeugdige te confronteren met de rechter.
Het hof stelde vast dat een verstekberechting van een jeugdige verdachte pas kan plaatsvinden nadat het onderzoek ten minste eenmaal is uitgesteld om diens verschijning mogelijk te maken. Dit is een onherstelbare schending die in hoger beroep niet kan worden gecorrigeerd. Daarnaast wees het hof op het belang van het jeugdstrafprocesrecht waarin de jeugdige verdachte in elke feitelijke instantie persoonlijk moet verschijnen.
Verder werd benadrukt dat de vervanging van een jeugddetentie door een gevangenisstraf pas kan plaatsvinden nadat de jeugddetentie onherroepelijk is geworden en dat een gevangenisstraf aan een jeugdige die inmiddels 18 jaar is geworden alleen kan worden opgelegd onder strikte voorwaarden. Het hof vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar de kinderrechter voor een nieuwe berechting op de uitgebrachte dagvaarding.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en verwijst de zaak terug naar de kinderrechter voor een nieuwe berechting.