ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2481
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling vader met minderjarige na weigering moeder tot medewerking
In deze zaak stond de omgang tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal. De moeder weigerde herhaaldelijk medewerking aan door het hof bevolen onderzoeken en proefcontacten, waardoor het hof oordeelde dat er geen beletselen waren voor omgang van de vader met het kind.
Het hof stelde vast dat het belang van de minderjarige niet tegen omgang sprak, maar dat de moeder elk contact met de vader afwees, wat niet in het belang van het kind is. Daarom werd een omgangsregeling vastgesteld waarbij de omgang voorzichtig zou worden opgestart met één zaterdag per twee weken en later een weekend per vier weken.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en gaf partijen in overweging om zo nodig de raad voor de kinderbescherming in te schakelen ter begeleiding van de omgang. Het verzoek om meer of anders werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelde een omgangsregeling vast waarbij de vader vanaf 19 januari 2002 één zaterdag per twee weken omgang heeft met het kind, oplopend naar een weekend per vier weken vanaf 13 april 2002.