ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2892
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van den Wildenberg
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bijdrage ouders in kosten levensonderhoud en studie jong-meerderjarige
De jong-meerderjarige verzocht de rechtbank om een bijdrage van haar ouders in de kosten van verzorging, opvoeding en studie over de periode van 1 juni 1999 tot haar 21e verjaardag. De rechtbank had lagere bijdragen vastgesteld dan door haar gevraagd, waarop zij in hoger beroep ging.
Het hof overwoog dat de jong-meerderjarige onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdens haar minderjarigheid haar onderhoud zelf had bekostigd, mede omdat zij bij de ouders van haar vriend woonde en geen bewijs was geleverd van daadwerkelijke betalingen. De rechtbankbeschikking over de periode van minderjarigheid werd daarom bekrachtigd.
Met betrekking tot de draagkracht van de ouders beoordeelde het hof de inkomens- en vermogenspositie van vader en moeder. De vader ontving een WAO- en WW-uitkering en had beperkte vermogensrendementen; de moeder ontving een WAO-uitkering en had redelijke woonlasten. Het hof achtte de door de rechtbank vastgestelde bedragen voor de moeder passend, maar stelde de bijdrage van de vader lager vast dan de rechtbank had gedaan, rekening houdend met zijn werkgerelateerde kosten en advocaatkosten.
Het hof vernietigde daarom de beschikking voor de bijdrage van de vader vanaf 1 juli 2000 en stelde deze vast op ƒ 200,- per maand vanaf die datum, oplopend naar ƒ 250,- per maand per 1 januari 2001 en weer verlaagd naar € 91,- per maand per 1 januari 2002. De beschikking voor de moeder werd bekrachtigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De bijdrage van de vader in de kosten van levensonderhoud en studie wordt verlaagd en opnieuw vastgesteld, terwijl de bijdrage van de moeder wordt bekrachtigd.