ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2903
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Kok
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en toepasselijk recht bij echtscheidingsprocedure met dubbele nationaliteit
De vrouw verzocht primair om echtscheiding en subsidiair om scheiding van tafel en bed volgens Nederlands of Italiaans recht. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd vanwege een gelijktijdige procedure in Italië. De vrouw ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof stelde vast dat beide partijen de Italiaanse nationaliteit hebben en dat de vrouw langer dan twaalf maanden in Nederland woonde, waardoor de Nederlandse rechter in beginsel bevoegd is. De man beriep zich op litispendentie omdat hij op dezelfde dag een Italiaanse procedure was gestart. Het hof oordeelde dat het primaire verzoek van de vrouw (echtscheiding) niet gelijk is aan de Italiaanse procedure (scheiding van tafel en bed), maar dat het subsidiaire verzoek gelijk is, waardoor litispendentie relevant is.
Het hof concludeerde dat Italiaans recht van toepassing is, omdat beide partijen een werkelijke maatschappelijke band met Italië hebben. De Italiaanse procedure was eerder aanhangig gemaakt dan de Nederlandse. Daarom moet de Nederlandse rechter de zaak aanhouden totdat de Italiaanse rechter definitief heeft beslist. De vrouw werd niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de herstelbeschikking.
De beslissing voorkomt tegenstrijdige uitspraken en benadrukt het belang van het Nederlands-Italiaans Executieverdrag. De partijen moeten het hof uiterlijk 30 november 2002 op de hoogte stellen van de voortgang van de Italiaanse procedure.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden totdat de Italiaanse rechter definitief heeft beslist, en de vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de herstelbeschikking.