ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2904
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Duindam
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van alimentatieverplichting wegens zelfstandige voorziening vrouw
De zaak betreft een hoger beroep van de bewindvoerder namens de man tegen een beschikking van de rechtbank die het verzoek tot beëindiging van de alimentatie voor de vrouw afwees. De man en vrouw zijn sinds 1950 gehuwd geweest en sinds hun echtscheiding in 1975 betaalt de man alimentatie aan de vrouw. Diverse malen is de alimentatie verlaagd, onder meer vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van partijen.
De bewindvoerder verzocht de rechtbank om de alimentatie te beëindigen per 23 augustus 2000, dan wel een termijn te bepalen waarbinnen de verplichting zou eindigen, of subsidiair de alimentatie op nihil of een lager bedrag vast te stellen. De rechtbank wees dit verzoek af en bepaalde een termijn van 20 jaar met mogelijkheid tot verlenging.
Het hof oordeelt dat de vrouw, ondanks haar leeftijd, zelfstandig kan voorzien in haar behoefte door een netto inkomen van circa ƒ 3.200,- per maand uit AOW, pensioen en vermogen. Haar lasten zijn beperkt en incidentele uitgaven kan zij uit haar vermogen voldoen. Het hof acht het redelijk en billijk dat de alimentatie wordt beëindigd, omdat de vrouw niet langer afhankelijk is van de alimentatie. De alimentatie wordt beëindigd met ingang van de datum van het hofvonnis. Subsidiaire verzoeken behoeven geen beoordeling meer.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw wordt per datum beschikking beëindigd.